Advaita Vedanta

Dharma

Dharma – universele normen

dharma
‘De persoon die geniet van het doen van zijn eigen plichten is succesvol’

– Bhagavad Gita, 18.45

 

 

 

Ik ben geboren als individu en sta in relatie tot het totaal, de wereld. Deze relatie is een gegeven waar ik niet onder uit kan komen. Ik kan mezelf niet isoleren van andere mensen, laat staan van het voedsel dat ik eet en de lucht die ik inadem. Als je kijkt naar een willekeurig deel van de natuur dan vind je dat de dieren, bomen en planten perfect zijn afgesteld op hun omgeving. Ze zijn in harmonie met de omgeving; daar hebben ze geen keus in, zo zijn ze geprogrammeerd. Als mens heb ik wel keuzevrijheid en dus moet ik zelf nagaan wat het betekent om in harmonie met mijn omgeving te leven.

In harmonie leven
Ik wil leven, gelukkig leven. Andere wezens willen dat ook. Dit gegeven is de basis voor dharma, een universeel normenstelsel dat we allemaal ervaren. Ik weet dat anderen ook geen pijn willen lijden. Geen mens wil graag gekwetst, bedrogen of bestolen worden. We willen allemaal dat anderen sympathiek en behulpzaam zijn en rekening met ons houden. Deze universele normen zijn de leidraad om te bepalen of ik iets wel of niet zou moeten doen. Dharma volgen wil kortweg zeggen dat ik mijn omgeving behandel zoals ik zelf graag behandeld zou willen worden.

In mijn dagelijkse leven speel ik verschillende rollen, zoals zoon/dochter, vader/moeder, collega, wereldburger, etc. Bij die rollen horen handelingen die redelijkerwijs van me verwacht mogen worden, handelingen die passend zijn, zoals heel simpel: mijn werk goed uitvoeren, een luisterend oor bieden aan de buurvrouw, de planten water geven en op tijd naar bed gaan. Als ik doe wat nodig is in een gegeven situatie, of ik het nu wel of niet leuk vind om te doen, ben ik in harmonie met mijn omgeving. Als ik tegen de natuurlijke orde inga, zal ik mijn omgeving of mezelf tekortdoen.

What’s in it for me?
Het is heel verleidelijk om te doen wat ik leuk vind en niet te doen wat ik niet leuk vind. Maar als ik een ander daarmee benadeel is het resultaat dat ik met een conflict in mijn geest blijf zitten. Ik wist namelijk wat juist was om te doen, maar ik deed het niet. Op termijn creëert dit gedrag een innerlijke gespletenheid en daalt mijn eigenwaarde. Ontspannen genieten van eenvoudige dingen in het leven is er dan niet meer bij. De Veda’s zeggen bovendien dat ik met een onjuiste handeling pāpa opdoe; een onzichtbaar resultaat dat in de toekomst tot onplezierige situaties zal leiden. Zie de pagina Karma.

Natuurlijk is er sprake van enige opoffering als ik mijn voorkeur opzij schuif en dharma volg, maar het is de inspanning meer dan waard. Waarom? Als ik dharma volg ben ik bij mezelf. En wat is er meer wenselijk? Mijn handelingen zijn niet mechanisch, maar doelbewust en ik leer van vergissingen. Ik voel me tevreden en succesvol omdat ik dharma vooropstel en mijn voorkeuren en afkeren opzij kan schuiven wanneer dat nodig is.

Hoe meer het me lukt om dharma te volgen, hoe meer ik kan ontspannen. Ik voel me steeds vaker op mijn gemak met mezelf. De vele voorkeuren en afkeren die ik zo lang gekoesterd heb, verliezen geleidelijk hun macht over mij en mijn geest wordt kalm en contemplatief. Universele waarden, zoals niet-kwetsen en behulpzaamheid, worden natuurlijk voor me. Op alle niveaus blijk ik verbonden te zijn met de wereld. Dit is de perfecte voorbereiding voor het begrijpen van de visie van Advaita Vedanta: ik ben het geheel.