Advaita Vedanta

Moderne misverstanden

Moderne misverstanden over Advaita Vedanta


‘O Arjuna, over moksha bestaat een enkelvoudig, helder begrip. Degenen zonder onderscheidingsvermogen hebben er ontelbaar verschillende ideeën over.’

– Bhagavad Gita (II:41)

 

 

In de afgelopen decennia heeft Advaita Vedanta bekendheid verkregen in het Westen. Verscheidene westerlingen hebben zich in India laten inspireren en zijn vervolgens hun inzichten op eigen bodem gaan verspreiden onder de naam ‘Advaita’ of ‘Non-dualiteit’. Deze moderne advaita-stroming, meestal in de vorm van satsangs (vraag-en-antwoordbijeenkomsten), noemen critici ‘Neo-advaita’. Het is een ontwikkeling die enerzijds gezorgd heeft voor meer belangstelling voor non-dualiteit, maar anderzijds diverse misverstanden over Advaita Vedanta in het leven heeft geroepen.

Het belang van een bekwame leraar
Advaita Vedanta is een oeroude traditie van spiritueel onderwijs waarbij de visie ‘je bent het geheel’ van leraar op leerling wordt overgedragen door middel van een verfijnde onderwijsmethode. Vedanta werkt alleen als de leraar gekwalificeerd is; dat wil zeggen dat hij of zij het zelf kent als het geheel én de methode beheerst om de visie over te brengen. Hier ligt het belangrijkste gebrek van Neo-advaita. Soms is de visie van de Neo-advaita-leraar wel juist, maar ontbreekt de methode om deze over te brengen, waardoor de zoeker meer in verwarring raakt of simpelweg niet wijzer wordt. In andere gevallen is de visie van degene die satsang geeft onvolledig of onjuist en wordt Advaita verkeerd neergezet.

Traditioneel versus neo
Wat hebben traditionele Advaita Vedanta en Neo-advaita met elkaar gemeen? In beide gevallen wordt het begrip advaita gebruikt om een niet-objectiveerbare non-duale werkelijkheid aan te duiden die ten grondslag ligt aan de uiterlijke dualistische wereld. Echter, wanneer moet worden uitgelegd wat die non-duale werkelijkheid precies inhoudt, én hoe het individu en de wereld zich verhouden ten opzichte van deze non-duale werkelijkheid, dan merk je dat de twee visies sterk uiteenlopen.

Het traditionele onderwijs begint altijd bij het standpunt van de zoeker. Advaita Vedanta erkent de empirische realiteit als een afhankelijke werkelijkheid, mithyā. Vedanta erkent de problemen, verlangens en angsten die ervaren worden en begeleidt de geest van de zoeker middels een betrouwbare methode geleidelijk richting de kennis van de waarheid.

Neo-advaita gaat vaak geheel aan dit proces voorbij. Men geeft enkel satsang; er is geen sprake van onderwijs en de geschriften worden niet bestudeerd. Kenmerkend is dat men uitsluitend vanuit een absoluut non-duaal standpunt spreekt, zoals: ‘Alles is enkel perceptie, het is allemaal slechts een verhaal. In werkelijkheid is er niemand, geen zoeker, geen leraar, geen doener en geen pad.’

Zulke statements zijn niet altijd onjuist, maar vertellen maar een deel van het verhaal. Bovendien staan ze haaks op de diepgewortelde overtuigingen van de onvoorbereide zoeker. En wanneer er geen context wordt gecreëerd waarin zowel de absolute waarheden, als de mithyā-wereld en de onjuiste overtuigingen in helder perspectief worden gezet, dan zal de zoeker zo’n statement niet kunnen verwerken en ook niet wijzer worden. Op het moment zelf kan de toehoorder zijn of haar overtuigingen wellicht tijdelijk vergeten en meegaan met de sfeer van vrijheid die wordt opgeroepen, maar later komen de oude overtuigingen gewoon weer terug.

De verandering van het zelfbeeld van ‘Ik ben een individu’ naar de twijfelloze visie ‘Ik ben het geheel’ is bepaald geen kleinigheid. En Neo-advaita biedt geen methode om tot deze visie te komen. In het beste geval zal een zoeker die Neo-advaita-satsangs bijwoont, het inzicht krijgen dat hij of zij meer is dan het lichaam en de geest, en dat er zoiets als verlichting bestaat. Maar om tot de juiste visie te komen en alle twijfels te laten oplossen, zal de zoeker een traditionele leraar moeten vinden.

Is er wel of geen ik?
Het meest verwarrende statement dat binnen Neo-advaita gebruikt wordt is wellicht de uitspraak ‘Er is geen ik’ of ‘Er is niemand’. Het gevoel ‘ik ben, ik besta’ is een fundamenteel gevoel in ieder levend wezen. We zien alles in de wereld veranderen, maar het besef ‘ik ben’ is het enige dat constant is. Het is altijd aanwezig, in de wakende staat, in de droom, en zelfs na de diepe slaap waarin niets werd waargenomen, zeg je: ‘Ik heb goed geslapen’. Met andere woorden, er is niets zo werkelijk als het ik. Het statement ‘Er is geen ik’ is een contradictio in terminis en kan onmogelijk in de geest erkend worden, want wie zou degene moeten zijn die dat doet?

Advaita Vedanta beantwoordt de vraag ‘wie ben ik?’ (en niet ‘ben ik?’). Als mens heb ik een hoge mate van zelfbewustzijn en ben ik in staat om over mezelf te oordelen. Ik weet echter niet wie of wat ik in werkelijkheid ben, en dus beperk ik mijn zelfbeeld tot het lichaam en de geest, en ontstaat het gevoel ‘ik ben een beperkt, nietig wezen’, gevolgd door oordelen zoals ‘ik ben lang’, ‘ik ben klein’, ‘ik ben slim’, ‘ik ben dom’, etc. Advaita Vedanta weerlegt de overtuiging dat je beperkt bent. Je bent de onveranderlijke, non-duale werkelijkheid van alles dat bestaat.

Zelfkennis door niet-weten?
Binnen Neo-advaita duiken ook regelmatig nieuwe termen op. Een zo’n term is ‘niet-weten’, en verwijst naar een bepaalde staat of waarheid over jezelf. De term suggereert dat je niet kunt weten wie je bent of wat de waarheid is. Advaita Vedanta is juist een methode om je onwetendheid (ajñānam) over jezelf weg te nemen en tot zelfkennis (jñānam) te komen. De term ‘niet-weten’ is daarom een ongeschikte term om iets aan te duiden dat alleen bereikt kan worden door kennis.

Waarschijnlijk heeft vanuit deze verwarring het woord Vedanta de verkeerde vertaling ‘einde van het weten’ toebedeeld gekregen. Vedanta betekent letterlijk ‘einde van de Veda’s’ en verwijst naar de upanishads die in het laatste deel van de Veda’s te vinden zijn. De betekenis ‘einde van het weten’ komt in geen enkel Sanskrietwoordenboek voor en wordt binnen de traditie ook niet gebruikt.

Non-dualiteit en energie
Wanneer Advaita Vedanta niet op de juiste manier wordt doorgegeven, neemt het risico op simplistische zienswijzen toe. Zo zijn er bijvoorbeeld leraren die de visie van non-dualiteit reduceren tot een idee van universaliteit en verbondenheid. Zij beweren dat Advaita betekent dat alles energie is. Daarop voortbordurend komen mensen dan tot de conclusie dat non-dualiteit iets is om in het dagelijks leven te integreren, waardoor er creatieve, maar onmogelijke combinaties ontstaan, zoals ‘non-duaal samenleven’, ‘non-duaal leiderschap’ en ‘non-duaal coachen’.

Advaita Vedanta ontkent niet dat het universum uit energie bestaat. Op het level van energie kun je zeggen dat alles uit dezelfde substantie is opgebouwd en met elkaar verbonden is, en dat is natuurlijk een mooi gegeven. Dit is echter nog geen non-dualiteit. Energie bestaat uit talloze deeltjes, en maakt dus ook gewoon deel uit van de dualistische wereld (vyavahāra).

Middels de prakriyā ‘drk-drsya-viveka’ laat Advaita Vedanta zien hoe jij als subject verschilt van alles dat je objectiveert. Deze prakriyā concludeert in dit geval dus ook: ‘Ik ben niet energie, maar degene die energie waarneemt, kent.’ Advaita Vedanta onthult dat de werkelijkheid van het subject, de waarnemer, het onveranderlijke, onbegrensde brahman is. Het universum, bestaande uit energie, is mithyā, en is voor zijn bestaan afhankelijk van brahman.

De illusie van ‘geen vrije wil’
En soms zijn Neo-advaita-statements zelfs geheel onjuist. Een voorbeeld hiervan is de bewering ‘Er is geen vrije wil, alles gebeurt gewoon.’

Volgens Vedanta is binnen de empirische realiteit de wet van karma van kracht. Deze wet sluit een mate van vrije wil in voor de mens. De Bhagavad Gita zegt: ‘Je hebt keuzevrijheid in je handelingen, maar niet in de resultaten ervan.’ De mens kan ervoor kiezen om zijn voorkeuren en afkeren opzij te schuiven en een hoger doel na te streven, zoals dharma of moksha. Het aanwenden van deze vrijheid vereist meestal extra inspanning en is iets dat ontwikkeld kan worden.

‘Vrije wil’ wil niet zeggen dat je de vrijheid hebt om te bepalen wat je wilt. Wensen komen op uit het onderbewustzijn, wat buiten jouw wil omgaat. (Dit is ook wat de wetenschap heeft aangetoond.) Maar als mens heb je wel het vermogen om de wens te beoordelen en te kiezen of je er wel of niet naar handelt.

Alleen vanuit het absolute standpunt van brahman zou je kunnen stellen dat er helemaal geen vrije wil bestaat. Maar in Brahman is geen enkele verscheidenheid en daar vindt dan ook geen enkele handeling of gebeurtenis plaats. De bewering ‘Er is geen vrije wil, en alles gebeurt gewoon’ is daarom vanuit zowel het relatieve als het absolute standpunt misplaatst.

Meer lezen?