Apen Vangen

Vraag:

Ik ben amper halverwege het boek (Apen Vangen). Wat ik me nu afvroeg - en daarmee aan jou vraag - waar komen toch al die apen vandaan? En ik bedoel van vòòr persoonlijkheid, gender, opvoeding, begeleiding, kortom aanleg en omgeving. En waarom dan? Wat was/is hun functie? En hoe zijn ze dan ooit ontstaan? Zelf heb ik bijvoorbeeld een 'aap' die ik 'me vader' heb genoemd. Òf heeft mijn vader hem in mijn hoofd gestopt. Ik bedoel ook; wat was/is eerder en wie bepaald(e) dat en wat? Ik kom er niet uit.

Antwoord:

“Waar komen toch al die apen vandaan?” vraag je je af. Gefeliciteerd. Daar blijkt namelijk uit dat je er goed zicht op gekregen hebt, en dat is de eerste doelstelling van de workshop. Meestal nemen mensen al die apen zonder nadenken gewoon aan, zonder de consequenties daarvan te begrijpen. Jij hebt nu de eerste stap genomen en komt tot de vraag ‘waar komen al die apen vandaan’. Het antwoord is heel eenvoudig: al die apen komen bij jou vandaan. Jij creëert ze, je vormt ze en jij houdt ze al of niet in stand. Dat doe je door middel van identificatie. De beste vergelijking is met je dromen: jij creëert ze en je houdt ze in stand of je stopt ze. Er is niemand anders die dat doet en er is niemand anders in je droom aanwezig. En in je droom identificeer je je met je droom-ik alsof jij het zelf bent. Het geloof in die apen, het geloof dat jij die apen bent, heeft grote gevolgen voor je hele leven. Vele onnodige schuldgevoelens, angstgevoelens, verdriet en ongelukkig voelen zijn het gevolg. Let wel: dat ligt niet aan die apen, die mogen gewoon blijven. Het ligt aan je geloof in je identificatie: je gelooft telkens heilig dat jij die aap bent die op dat moment de boventoon voert. Besef gewoon dat elke aap gekoppeld is aan een bepaalde omstandigheid, een relatie met een ding, een dier of een mens. Bij elke omstandigheid hoort een bepaalde aap. Dat is een gegeven en dat is ook hun functie en zo ontstaan ze, ‘in relatie met’. (Dit zijn meteen de antwoorden op je overige vragen). Dit vormt dus geen probleem. Maar als jij je vervolgens identificeert met bepaalde apen, dan ontstaan de problemen.

In het verlengde van je vraag ‘waar komen toch al die apen vandaan’, wil ik jou ook een vraag stellen. 
Je zult gemerkt hebben dat al die apen elkaar afwisselen. De een gaat, de ander komt.
Mijn vraag is: waar gaan al die apen toch naar toe? Als je het voorgaande goed begrepen hebt, zou je daar misschien een antwoord op kunnen geven. Wil je het eens proberen?

Rob van Dijk

 

Vragen en Antwoorden

Vraag: Ik begrijp je uitleg over die identificatie met de apen (denk ik). Ik bedenk die apen zelf, die identificatie doe ik zelf. Voor iedere gelegenheid een aap; "dat is een gegeven en dat is ook hun functie en zo ontstaan ze". Waarom en waardoor creëer ik die apen? En wat ís hun functie? Als ze er niet zijn, val ik dan uit elkaar?

Antwoord: Voor de duidelijkheid; het gaat mij met name om de vervelende apen, de apen die mij geen goed doen. Apen die mij blokkeren, frustreren, van het 'geluk' weg houden. Dus in dit licht gezien snap ik niet dat ik die apen creëer, me er mee indentificeer, ze zo hardnekkig actief blijven. Kan het werkelijk bestaan dat er iemand is - ik - zonder apen? En wie ben ik dan? Hoe ziet dat eruit?

Vraag: In je boek staat dat je dan gelukkig bent. Hoe ziet dat er dan uit, hoe voelt dat? Ik ben 47 jaar en worstel al jaren met dit fenomeen. Het is mij duidelijk dat ik nog niet aan je wedervraag toe ben over waar die apen naar toe gaan.

Antwoord. Hoewel je alleen vragen stelt en het voor jou nu misschien alleen maar verwarrender wordt, kan ik je geruststellen: je bent absoluut op de goede weg.

Er zijn geen apen die jou van ‘het geluk’ weghouden. Dat is een verkeerde voorstelling van zaken waar je in bent gaan geloven. Je gelooft toch ook niet dat de zon echt weg is, als er een wolk voor schuift? Hoewel je misschien zegt ‘he, de zon verdwijnt’, geloof je dat niet echt.

Je stelt de vragen die een mens stelt als hij op zoek gaat naar de waarheid, om uiteindelijk op de vraag uit te komen die jij ook stelt: “Wie ben ik?” Die vraag is de hamvraag!

Je hebt eigenlijk al vastgesteld dat je geen van die apen bent, ook al lijkt het iedere keer wel zo. Maar het accepteren daarvan is voor jou onmogelijk, omdat dan onmiddellijk de gedachte oprijst ‘als ze er niet zijn val ik dan uit elkaar?’ Je hebt namelijk nog geen alternatief voor het geval je zou accepteren dat die apen niet bestaan en dat jij in werkelijkheid geen van die apen bent. Dus komt er onmiddellijk een nieuwe aap op die zegt: “Dat kan niet!”

Je zult begrijpen dat daar dus de oplossing niet zit. Het bestrijden of zelfs het ontkennen van apen, veroorzaakt alleen maar nieuwe apen. (Dit is overigens de betekenis van de zevenkoppige draak: hak een kop af en er komen zeven nieuwe koppen tevoorschijn. Maar dit terzijde.)

Blijf die apen gewoon observeren. Dan komen er in ieder geval geen nieuwe bij. Dit alles (dat geloof en de bestrijding van die apen) wordt ook wel ‘onwetendheid’ genoemd. 
De kracht van ‘onwetendheid’ is groot en lijkt onoverwinnelijk. Maar ... onwetendheid kan wel degelijk verdwijnen. 
Wat is daarvoor nodig? Simpel: kennis. 
Welke kennis? Dat die apen er wel zijn, maar dat jij dat niet bent. 
Die kennis zorgt ervoor dat je op zoek gaat naar wie of wat je dan wel bent. En een antwoord op wie of wat je dan wel bent zou kunnen luiden: absolute kennis, eeuwig bewustzijn, ononderbroken geluk. Maar ook dit is heel cryptisch en ook hier zul je je dus verder in moeten verdiepen. Voorlopig is het belangrijk om apen te blijven observeren.

<< Rob H. van DIjk >>