|
* Vraag: Hoe vind je een goeroe? Hoe kun je zeker weten dat jouw goeroe op de goede weg is? Misschien eindigt zijn weg wel in totale duisternis. En zo ook de jouwe.
* Antwoord: in het boek Voice of the Guru van Paramapujya Swamiji Chandrashekara Saraswathi van Kanchimath, wordt op deze vraag ingegaan.
Vroeg of laat komt deze vraag altijd op bij elke volgeling. De Shastra’s verklaren dat als een man een brandend verlangen heeft naar zuiverheid, het God zelf is die hem een geschikte goeroe zal sturen.
Maar stel nu eens dat de goeroe die we gevonden hebben, een valse leraar blijkt te zijn. Wat moeten we dan doen? Of: hoe kunnen we er zeker van zijn dat onze goeroe een onkreukbaar karakter heeft? Hoe kunnen wij weten of onze goeroe volkomen zuiver is in al zijn hoedanigheden? En wat moeten wij doen als we er achter komen dat hij nogal wat gebreken vertoont?
Toen we als student in het begin bij hem kwamen was er bij ons geen spoor van twijfel over zijn karakter of zijn goedheid. Want als dat er wel geweest zou zijn, zouden we natuurlijk nooit zijn leerling geworden zijn. Maar wat moeten we nu doen? Kunnen we het maken om onze huidige goeroe te verlaten en naar een ander te gaan? Komt onze loyaliteit dan niet in het geding?
De enige uitweg uit zo'n situatie is om je niet druk te maken over de eigenschappen van je goeroe. Je zocht een goeroe, je vond hem en je zocht veiligheid aan zijn voeten. Je mag er dan toch vanuit gaan dat hierin de bemoeienis van Ishwara te zien is?
Volgens de Shastra’s (De Oude Geschriften) moet men niet alleen vertrouwen hebben in het feit dat God ons onze goeroe zendt, maar ook dat onze goeroe zelf God is. Alleen wanneer we onze goeroe als een sterveling zien, kan de vraag oprijzen of de goeroe tekortkomingen heeft of niet. Zo'n vraag ontstaat niet als hij Ishwara is. Als onze huidige goeroe God zelf is, is er geen sprake van dat we hem zouden verlaten om een andere te zoeken.
Als we onze toevlucht genomen hebben bij een goeroe, moeten we hem onvermoeibaar dienen. We moeten ons niet bezig houden met hoe hij is en onze toewijding voor hem moet onwankelbaar zijn. Als wij ons zo opstellen, zal God zelf, door hem, ons van binnen zuiver maken en kennis op ons doen neerdalen. Zo zullen wij ‘moksha’ (bevrijding) bereiken, onafhankelijk van het feit of onze goeroe zelf dat al of niet bereikt.
Als we ons niet bezig houden met onze eigen winst of verlies en als we ons niet bezig houden met onze eigen eer of oneer, als we ons in vol vertrouwen aan iemand overgeven, dan zal God ons de hoogste vorm van zelfkennis ter beschikking stellen.
Als wij ons overgeven aan een goeroe, zelfs als die niet de beschikking heeft over goede kwaliteiten, zal onze geest tot volwassenheid komen. We moeten maar aannemen dat God ons naar zo’n goeroe gezonden heeft om ons uit te testen en onze geest standvastig te maken.Wij kunnen ons zelf op deze manier testen.
Als wij ons een goeroe wensen die met zekerheid grote wijsheid bezit, dan is dat omdat we eigenlijk te lui zijn om de rijpheid van onze eigen geest te testen. Als onze goeroe wijs is, is dat niet onze verdienste. Onze devotie voor de goeroe is waar het hier om gaat. Onze beloning neemt alleen toe als wij standvastig blijven in onze devotie voor de goeroe - zelfs als hij geen wijs man is.
Het is meer dan genoeg als wij onze geest onder controle houden en niet laten afdwalen en als wij ons volkomen overgeven aan onze goeroe. In eerste instantie vonden wij de goeroe in het vertrouwen dat hij ons zou beschermen. Als wij standvastig zijn in onze devotie voor hem - onder alle omstandigheden - en deze devotionele houding koesteren, zullen wij van hem datgene krijgen waarvoor wij hem aanvankelijk zochten. En wij zullen het ontvangen als de genade van God.
(Uit het boek: Voice of the Guru van Paramapujya Swamiji Chandrashekara Saraswathi van Kanchimath)
|