|
Adi Shankara komt de eer toe het tanende moreel en religieus besef in de achtste eeuw hersteld te hebben toen dat hard nodig was. De godsdienst was verplinterd in vele sektes, de onrechtvaardigheid vierde hoogtij.
Shankara's wapens waren kennis en overtuigingskracht. Dit in tegenstelling tot Rama en Krishna die lang vóór Shankara leefden en die in hun tijd dezelfde doelstelling hadden. Rama en Krishna streefden hun doel met wapens en overheersing na, want zij waren "ksatrya's", geboren in de 'strijders'-kaste. Shankara echter was een Brahmaan en werd al op jonge leeftijd monnik. Hij was superintelligent en superenergiek. Hij was tevens begiftigd met een enorm doorzettingsvermogen en charisma en daarmee wist hij de basis te leggen voor een non-duale filosofie, Advaita vedānta. Hij deed dit door zijn filosofische discussies met vertegenwoordigers van de vele sektes, maar ook en vooral door zijn commentaren (bhasya's) op de tradionele heilige Geschriften (Shastra's, Veda's) van India
|